Column: Waterstof


Een leuke reclame van “Werken bij het Rijk”, een presentatrice krijgt een glaasje water uit de uitlaat van een auto. “Kan ik dit echt opdrinken?” vraagt ze aan de techneut. Ja dat kan ze zeker, maar ze neemt geen slok.



Waterstof is net zo misleidend als gratis Openbaar Vervoer. De mensen wordt verteld wat de voordelen zijn, maar niet wat het kost. Natuurlijk willen we dat. De belasting kan weer omhoog en over een paar jaar komen we erachter dat het allemaal niet werkt. Zonde van het geld, want veel is vandaag al bekend.



Modern water is nog steeds zo nat als vijfhonderd jaar geleden. We moeten onszelf nog steeds afdrogen na het douchen. Het lijkt er dus op alsof we de eigenschappen van water niet kunnen veranderen. De bekende eigenschappen van waterstof geven aan dat de Waterstof Economie er niet gaat komen, en dat terwijl we er graag erg veel belastinggeld aan uit willen geven. Het zal niet verder komen dan een droom van de milieulobby.



De energiedichtheid van waterstof is vijftien keer zo klein als die van benzine. Voor iedere liter benzine hebben we dus vijftien liter waterstof nodig om dezelfde energie op te wekken. Met waterstof hebben we dus auto’s nodig met een hele grote tank.



In de Waterstof Economie komt het waterstof natuurlijk bij u thuis. Dat betekent wél dat het getransporteerd moet worden via gasleidingen. Punt is alleen, dat de gasleidingen voor waterstof tien keer zo groot moeten zijn dan die van aardgas. En eenmaal het waterstof uit de kraan is het oppassen geblazen, want als waterstof zich mengt met zuurstof is het mengsel uiterst explosief.



Het totaalplaatje is nog erger. Eerst hebben we elektriciteit. Hiermee wordt waterstof opgewekt via elektrolyse, rendement 80%. Vervolgens wordt de waterstof afgevangen en gecomprimeerd (voor transport), rendement 80%. Daarna gaan we de waterstof verbranden om energie op te wekken, rendement 50%. En met de energie uit die verbranding wekken we weer elektriciteit op. We begonnen met elektriciteit en we eindigden met elektriciteit. Alleen, de hoeveelheid energie aan het eind van de rit is nog maar 32% van hetgeen waarmee we begonnen, allemaal door tussentijds energieverlies. De elektriciteit aan het eind van de keten zou bijvoorbeeld gebruikt kunnen om een motor te laten draaien.



Ook de milieulobby zal zijn messen slijpen. Waterstof is namelijk een broeikasgas, net als CO2. En als waterstof met lucht verbrand wordt, ontstaat er onder andere NOx en dat is dezelfde luchtvervuiling die fossiele brandstoffen opleveren.



Dan zou je waterstof ook nog eens “schoon” kunnen opwekken met Windmolens. Afgezien van allerlei bezwaren die sowieso al tegen windmolens bestaan, voor 1 Megawatt aan elektriciteit moet er vijf tot tien Megawatt aan windmolen capaciteit worden ingezet.



Daarmee komt toch snel een eind aan de droom van de auto die op water rijdt. Het kán wel, alleen niet op grote schaal.



Dat de auto op water desondanks toch nog in het reclamespotje wordt gebruikt is dan ook niet erg geruststellend, als je waarde hecht aan zorgvuldige overheidsuitgaven.

Bron:  Flitsservice.nl

Melder: DrNomad