Meer verkeersveiligheid door handhaving


Uit een eerste voorlopig onderzoek naar het effect van regionale verkeershandhaving op de verkeersveiligheid blijkt, dat de inspanningen volgens voorzichtige schattingen hebben geleid tot 150 tot 200 minder verkeersslachtoffers (doden en gewonden). Dit blijkt uit een onderzoek van het Bureau Verkeershandhaving Openbaar Ministerie (BVOM) en de afdeling Ontwikkeling en Onderzoek van het Parket-Generaal naar de resultaten van de inspanningen op trajecten uit zes regioprojecten en zes vergelijkingstrajecten waar geen bijzondere inspanningen zijn verricht.



De laatste jaren heeft het BVOM zich samen met de politie ingezet om gevaarlijke verkeerssituaties aan te pakken. Via regionale verkeershandhavingsprojecten wordt veel geïnvesteerd in de handhaving op de vijf speerpunten, helm, gordel, rood licht, alcohol en snelheid. In Goed Beschouwd is een voorlopig antwoord gevonden op de vraag of deze inspanningen ook leiden tot meer veiligheid: zijn er daadwerkelijk minder slachtoffers gevallen? Het definitieve antwoord daarop wordt gegeven in een meeromvattende evaluatie van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid, die eind 2003 wordt verwacht.



Blikschade

Verkeerscontroles binnen regioprojecten vinden plaats op tevoren geselecteerde trajecten die zich kenmerken door hoge aantallen slachtofferongevallen en hoge overtredingspercentages van de maximumsnelheid. Uit zes verschillende regioprojecten - alle in 1999 gestart - zijn de slachtofferongevallen op één projecttraject vergeleken met een traject zonder bijzondere inspanningen. Geconstateerd is dat het mogelijke effect van de handhaving niet zozeer zichtbaar is in het totaal aantal ongevallen (dat daalde met 14 procent, tegenover 17 procent op de vergelijkingstrajecten), maar veeleer in de ongevallen met slachtoffers. Dit kan worden verklaard uit het feit dat de gemiddelde snelheid op de projecttrajecten beduidend afnam. Het aantal automobilisten dat te snel reed (feitelijk meer dan 87 kilometer per uur) halveerde in 1999 van 32% naar 16% en is daarna gedaald tot een stabiel niveau van 12 à 13 %. Ongevallen die plaatsvinden bij een lagere snelheid lopen minder slecht af voor de betrokkenen: wel blikschade, maar minder doden en gewonden.



Oude niveau

Verkeershandhaving heeft dus effect op de verkeersveiligheid. Jaarlijks vallen minder slachtoffers door intensieve controle op onder meer de maximumsnelheid. Zodra niet meer intensief wordt gecontroleerd, neemt de overtreding van de maximumsnelheid echter met rasse schreden toe, waarna het binnen afzienbare tijd weer het oude niveau bereikt. De kosteneffectiviteit van verkeershandhaving moet daarom worden afgezet tegen infrastructurele maatregelen, die een blijvend effect hebben.

Bron:  Verkeershandhaving.nl

Melder: Gijsbert



Commentaar Flitsservice:


 

onderstaande email is verstuurd naar diverse regionale bladen en andere media:




Geachte mr/mw,




Ik betreur dat u dit bericht werkelijk zo kritiekloos overneemt. Wederom is dit bericht een voorbeeld van hoe de burger volstrekt verkeerd wordt ingelicht over de effecten van snelheidshandhaving.




Met mijn werkzaamheden voor de web-site www.flitsservice.nl heb ik veel te maken met “de cijfers”, die ik tegenwoordig iedere dag in mijn vrije tijd bekijk om de vragen binnen de groep te kunnen beantwoorden.




Wat zeggen de cijfers landelijk? De cijfers zeggen landelijk dat meer snelheidscontroles niet heeft geleid tot een belangrijk effect van daling van het aantal slachtoffers. Het werkt niet! Wat zeggen de cijfers over Zuid-Holland? De cijfers zeggen over Zuid-Holland dat Rotterdam-Rijnmond als enige politieregio in Nederland wél successen heeft geboekt met de handhaving van de snelheid. De rest van Zuid Holland heeft het nakijken, want ongeacht de inspanningen lijken de positieve effecten uit te blijven.




In de regio den Haag zijn effecten al helemaal te betreuren! De politie Haaglanden heeft het aantal snelheidscontroles opgevoerd, van ruim 133 duizend snelheidsbekeuringen in 2000, tot ruim 268 duizend in 2002. De effecten op het aantal slachtoffers? Het aantal dodelijke slachtoffers in de politie registratie is gestegen van 12 in 2000, naar 20 in 2002. Het aantal ernstig gewonden is licht gestegen van 182 in 2000 tot 186 in 2002.




Snelheidshandhaving werkt? Ik ben er echt nog steeds niet van overtuigd! Ik ben dan ook aardig verontwaardigd over het minimumbedrag wat de regio Haaglanden met snelheidsboetes heeft opgehaald: ruim 7.5 miljoen Euro!




Daarmee betreur ik ook de aanname van dhr. Bruins van de VVD, die meent dat met het plaatsen van meer flitspalen de verkeersveiligheid verbeterd wordt. De andere voorgestelde aanpak, namelijk infrastructurele maatregelen, zijn vele malen meer effectief. Zelfs het bureau van de snelheidshandhaving, BVOM, heeft dit in het verleden naar mij toe gecommuniceerd. Ik hoop echter wel dat de Haagse gemeente de stad niet laat wegzakken in het moeras van Duurzaam Veilig, wat hét wondermiddel tegen verkeersonveiligheid zou moeten zijn.




Het klakkeloos en kritiekloos overnemen van dit ANP bericht siert mijns inziens de krant niet. De reductie van 200 verkeersslachtoffers, waarover gesproken wordt, moet gehouden worden tegen de hele groep van slachtoffers, die meer dan 24 duizend slachtoffers groot is. Gelukkig loopt het voor de helft hiervan nog redelijk goed af. Minimaal 170 van de gevallen, waarover het OM spreekt, valt in die groep.




In dat licht is de daling van 200, niet meer dan een daling van 0.8% ten opzichte van het totaal aantal letselslachtoffers in 2002, terwijl het aantal snelheidsboetes sinds 2001 met een kleine 200 duizend is gestegen naar ruim 6.9 miljoen snelheidsbekeuringen landelijk.




Een ander punt van kritiek op het persbericht van het openbaar ministerie is, dat de gebruikte onderzoeksmethode in staat is om hele kleine verschillen sterk uit te vergroten. Hiermee lijkt het effect van handhaving positief te zijn, terwijl er niets wordt verteld over de onderzoekskwaliteit. Ik ken de onderzoeksmethode die is toegepast en ik kan u bij voorbaat al vertellen dat de methode teveel van de werkelijkheid wegsnijd, om nog een betrouwbaar oordeel te kunnen vellen over de effectiviteit van snelheidshandhaving.




Hoogachtend,


DrNomad